Pirates - Liberators
"April first, Alva lost his specs". That's an expression heard by many
Dutch and possibly you as well. It's in remembrance of the day that the
Watertgeuzen took the small town of Den Briel. Den Briel measn then the
"bril (=specs) of Alva. This happened on April 1st 1572 and really got the
liberation of the Netherlands from Alva and the Spanish moving full steam
ahead. Who were the Watergeuzen? How got they involved in the Revolte? What
was the real result of their support?
The Watergeuzen, a gang of roughnecks?
The Watergeuzen were a gang of pirates, free man and rougnecks. They
looted ships and coastal villages and also made raids on land. From England
and East Friesland (Germany) the raided into Holland. They lived from the
benefits of their entrerpises. Often Terschelling was one of their targets
as well as various villages in North Holland such as Monnickendam. The ships
they attacked were not only Dutch and Spanisg vessels but often included
neutral ones. They sold the loot in England, Germany or France.
The largest part of the Watergeuzen came from Holland or Friesland.
Rather obvious as these area's were located near the sea and the Hollanders
and Friezen were very familiar with the sea. Amongts the Watergeuzuen one
could find "Noblesse", succesful citizens, sailors and craftsmen. The
reasons to join the Watergeuzen could be very different. There were those
which were banned for being Protestant or for participating in armed
resistance against the spanish authorities. And there were also thos who
joined the Watergeuzen just to participate in the huge profits which coiuld
be acquired.
The Watergeuzen, the helping hand of Orange
In the beginning the Watergeuzen were a bunch of poorly organised
pirates. Later, from 1568, these prirates started working for William of
Orange in the transport of weapens and men. The first effort to liberate the
Netherlands failed when the Watergeuzen were no longer paid by William of
Orange, simply because he ran out of money, and started again and massively
their looting. This did not make them the friends of the Dutch population.
Later, William of Orange tried to convert the disorganised Watergeuzen
into a real organised and disciplined fleet of war which could assist him in
his plan. That was to invade the Netherlands from three different sides.
From the east, the south and from the sea (the west) with the help of the
Watergeuzen. The prince gave the Watergeuzen the right to hijack out of his
name and to use his flag, the red-white-blue flag.
In 1572 he wanted to implement his plan and named his brother Louis as
commander of the Watergeuzen fleet.
A city for the Prince
The actions from the south and the east were rather unsuccesful and
before Louis could have started as commander, the Watergeuzen had started a
daring raid against Den Briel. Orange was not too habby with this action as
the Watergeuzen had attacked too early in the year and could have provoked
the complete failure of his plan. The Geuzen occupied the city on their own
initiative "in de name of the prince" (Prince of Orange). Alva did not react
to this as he was waiting for the asttack from the south.
This permitted the Revolte to strat from Den Briel and to expand over the
hole of Holland and Zeeland. And at every city where the Geuzen wanted to
enter they yelled: "in the name of Orange, open that gate". Not all the
cities obeid as they continued to consider the Watergeuzen as pirates. But
Den Birel was the turning point in the Revolte. Afther it's occupation
various other cities joined the Revolution. |
french |
Piraten - Bevrijders
"Op 1 april verloor Alva
zijn bril". Deze uitdrukking die veel Nederlanders en ook
jij wel eens gehoord zult hebben, is een herinnering aan de dag
waarop de Watergeuzen het stadje Den Briel (Brielle) innamen.
Den Briel is dan "de bril" van Alva. Dit gebeurde op 1
april 1572 en hiermee begon de herovering van de Nederlanden op
Alva en de Spanjaarden pas goed op gang te komen. Wie waren de
Watergeuzen ? Hoe raakten zij bij de Opstand betrokken ? Wat was
hun inbreng ?
De Watergeuzen, een
stelletje rabauwen?
De Watergeuzen waren een stelletje kapers en
vrijbuiters, een stelletje rabauwen. Zij plunderden schepen en
kustplaatsen en ook hielden zij landstrooptochten. Zij vielen
vanuit Engeland en Oost-Friesland (Duitsland) de Nederlanden
binnen. Met dit plunderen voorzagen zij in hun onderhoud.
Terschelling was vaak een doelwit van deze plunder-tochten samen
met verschillende Noordhollandse dorpen zoals Monnickendam. De
schepen die zij aanvielen waren niet alleen Spaanse en Hollandse
schepen maar ook vaak neutrale schepen. Hun buit verkochten ze
in Engeland, Duitsland of Frankrijk.
Het grootste gedeelte van de
Watergeuzen was afkomstig uit Holland en Friesland, niet zo gek
natuurlijk omdat deze gebieden aan de zee lagen en de Hollanders
en Friezen erg vertrouwd waren met de zee.
Onder de Watergeuzen
vond je edelen, gegoede burgers, zee-lieden en handwerkers. De
rede-nen voor aansluting bij de Watergeuzen konden verschillende
zijn: Er waren er die verbannen waren omdat ze protestants waren
en er waren er die verbannen waren omdat ze gewapend verzet
hadden gepleegd tegen het Spaanse gezag. Ook waren er mensen die
meededen met de Watergeuzen puur en alleen om de grote winsten
die er mee te behalen viel.
De Watergeuzen, de helpers
van Oranje.
Oorspronkelijk waren de Watergeuzen dus een
soort piraten die niet goed georganiseerd waren. Later, vanaf
1568 gingen de kapers voor Willem van Oranje werken als
vervoerder van wapens en manschappen. De eerste poging om de
Nederlanden te bevrijden mislukte en toen de Watergeuzen geen
geld meer kregen van Willem van Oranje, omdat hij dat niet meer
had, sloegen zij weer massaal aan het plunderen. Hierdoor werden
zij niet erg geliefd onder de Nederlandse bevolking.
Willem van Oranje probeerde
later van de ongeorganiseerde Watergeuzen een gedisciplineerde
oorlogsvloot te maken die hem kon helpen bij zijn plan. Dit plan
hield in dat de Nederlanden vanuit drie verschillende kanten
binnen zou worden gevallen: Vanuit het oosten, zuiden en vanuit
de zee (het westen) met behulp van de Watergeuzen. De prins van
Oranje gaf de Watergeuzen toestemming om in zijn naam te kapen
en zij mochten zijn vlag, de rood-wit-blauwe vlag, gebruiken. In
1572 wilde Willem van Oranje zijn plan gaan uitvoeren. Hij
benoemde zijn broer Lodewijk als bevelhebber van de Geuzenvloot.
Een stad voor de prins
De acties vanuit het zuiden en oosten waren
niet succesvol en nog voordat Lodewijk was aangetreden als
bevelhebber, waren de Watergeuzen een gewaagde strooptocht
begonnen in Den Briel. Oranje was in het begin niet blij met
deze actie, de Watergeuzen hadden te vroeg in het jaar
toegeslagen en nu zou zijn hele plan in de soep kunnen vallen.
De geuzen namen op eigen houtje de stad in en eisten de stad op
in naam van "den prins" (Prins van Oranje). Alva
reageerde er niet op omdat hij wachtte op een aanval vanuit het
zuiden.
Zo kon de Opstand zich in het
begin vanuit Den Briel zonder veel tegenstand uitbreiden over
heel Holland en Zeeland. En bij elke stad waar de geuzen kwamen
riepen zij: "In naam van de prins, doe open die poort
!". Niet alle steden openden die poort met alle plezier,
omdat zij de Watergeuzen natuurlijk als kapers bleven zien. Maar
Den Briel was het keerpunt in de Opstand, na de inname van dit
stadje sloten ook andere steden zich bij de Opstand aan. |